nl-NLen-GB
ImageShowImageShowImageShow

Doe-het-zelf leginstructies voor uw parketvloer

Download hier de instructies voor het leggen op vloerverwarming.

Download hier de leginstructies.

VOORDAT U BEGINT

Acclimatiseren

Wanneer u uw houten vloer in huis heeft, kunt u nog niet direct beginnen met leggen. Uw hout moet eerst acclimatiseren. Laat uw nieuwe houten vloer minimaal een week (uitgepakt!) liggen in de ruimte waarin u deze wilt leggen. De vloer dient (vrij van de muur) horizontaal en vlak neergelegd te worden. De luchtvochtigheid in de ruimte waar de vloer wordt gelegd moet tussen de 40% en de 65% bedragen.

Uw ondergrond voorbereiden

Zorg er bij een betonnen ondergrond voor dat de ondergrond niet te vochtig is. Een betonnen ondergrond mag maximaal 2% vocht hebben, een ondergrond van anhydriet slechts 0,5%. Gebruik een hygrometer voor het meten van de vochtigheid, of vraag het aan een vakman. Steek alle oneffenheden in de vloer weg en vul gaten op met egaliseermiddel. Verwijder bij een houten ondergrond alle uitstekende spijkers en oneffenheden en zet eventueel verende vloerdelen extra vast. Wij nemen geen enkele verantwoordelijkheid voor afwijkingen in de vloer als gevolg van een slecht ondervloer of slechte ruimtelijke omstandigheden ndat de vloer is gelegd. Alle materialen moeten droog, schoon, vlak en structureel in orde zijn.

Verwijder als laatst ook uw plinten.

Voordat u gaat leggen

Inspecteer al het materiaal op zichtbare gebreken voordat de vloer wordt gelegd. Er wordt geen garantie gegeven op visuele gebreken als deze is gelegd. De natuurlijke constructie van het hout kan verschillen in kleur, structuur, etc.  Ondanks het feit dat onze producten veelvoudig worden gecontroleerd, kunnen er kleine afwijkingen zijn (tot ca. 0,5%). Als er twijfels bestaan over de productie of afwerking van het materiaal, dient contact te worden met ons en dient de vloer niet te worden gelegd.

Ondervloer

Er zijn verschillende typen ondervloeren. Ondervloeren verschillen onderling sterk op het gebied van egaliserend vermogen, vochtbestendigheid en geluidsreductie. Globaal zijn ondervloeren onder te verdelen in ondervloeren op rol (folie) en plaatmateriaal.

Folie

Leg de folie met de aluminiumzijde naar boven. De banen van uw ondervloer legt u in dezelfde richting als waarin uw vloerdelen moeten komen. Laat de banen goed op elkaar aansluiten met het liefst een overlap van 20cm en plak eventuele naden tussen de banen af met aluminiumtape. Laat de folie minimaal 2 cm tegen de muur oplopen. Wij adviseren een Procell ondervloer (Beige) of wanneer u gaat voor meer comfort of de combinatie van vloerverwarming: Parketman PU-rubber ondervloer of Procell stille ondervloer (Zwart).

Plaatmateriaal

Houd er rekening mee dat onderplaten relatief dik zijn. Hierdoor komt uw vloer hoger te liggen. Leg de platen in zogenaamd halfsteenverband en dwars op de richting waarin uw vloerdelen moeten komen. Leg de platen niet strak tegen elkaar aan, maar laat tussen de platen ongeveer 2 mm vrij om eventuele uitzetting op te vangen. Tussen de muur en de platen laat u ongeveer 9 mm vrij.

 

INSTRUCTIE ZWEVEND LEGGEN

Een zwevende houten vloer is in feite een losgelegde vloer. Er wordt dus geen gebruik gemaakt van lijm (het kan wel om de kopse kanten te verlijmen maar hoeft niet!) of nagels om de vloer mee vast te leggen. De zwevende vloer wordt los op de ondergrond gelegd.

Leg de eerste rij vloerdelen, met de groef gericht naar de muurzijde. Het stuk dat u van de laatste plank afzaagt om deze passend te maken, gebruikt u weer als eerste plank in de volgende rij. Leg de vloerdelen nooit haaks op de lichtinval, want hiermee accentueert u de kopse kanten. Laat de planken elkaar bij de aansluitnaad aan de kopse kant minstens 40 cm overlappen.

  • Begin zo mogelijk aan een lange zijde van de kamer, bij voorkeur vanuit een haakse hoek.
  • Zaag de eerste rij planken op maat, zonder deze te lijmen.
  • Controleer of uw eerste rij goed recht ligt. Dit is bepalend voor de gehele vloer.
  • In verband met de natuurlijke werking van hout, houdt u aan de lange kant en aan de kopse kant 1,5 cm ruimte te bewaren tussen de muren en uw vloer. Klem hiervoor parketspiesen tussen de plank en de muur. Het is noodzakelijk om op alle punten waar de vloer de wand raakt, zoals bij muren, drempels, deurposten en c.v. pijpen rondom een expansieruimte aan te houden van 1,5 cm.
  • Smeer een beetje lijm in de groeven van de vloerplanken. Wanneer u lijm op de bovenkant van een vloerdeel knoeit, verwijder dit direct. Gebruik nooit lijmverwijderaar (thinner) op uw vloer!
  • Schuif de vloerdelen in elkaar.
  • Met een slagblokje tikt u de vloerdelen strak tegen elkaar aan. Sla niet direct op de mes of de groef, anders kan het zijn dat deze verbindingen beschadigen en niet meer goed aansluiten.
  • Gebruikt indien nodig een slagijzer om de vloerdelen strak tegen elkaar aan te duwen, bijvoorbeeld bij de laatste plank in de rij en bij het leggen van de laatste rij.

Je kunt de vloeren op 2 manieren zwevend  leggen:

  1. De houten vloeren kunnen worden gelegd door aan alle kopse kanten en aan alle lange kanten om de 50 cm een parketveer te gebruiken.
  2. Een andere manier is het verlijmen van de kopse kanten en het leggen van veren aan de lange kanten om de 50 cm. Wij adviseren het gebruik van parketveren van 14 mm.

 

INSTRUCTIE VAST VERLIJMD LEGGEN

Tegenwoordig worden vloeren vaker zwevend gelegd maar in sommige gevallen kan men er toch voor kiezen om een vloer te verlijmen. Het voordeel van het verlijmen van een vloer is dat hij minder kraakt maar i.v.m. geluidsreductie raadt men toch weer aan de vloer zwevend te leggen. Je kunt de vloer niet meer verhuizen als deze verlijmd wordt.

Het vast verlijmd leggen van een houten vloer is complex en dient bij voorkeur door een vakman te worden uitgevoerd. Onderstaande instructies zijn indicatief. Iedere ruimte, vloer, en omstandigheden waaronder gelegd zijn is anders. Derhalve raden wij u aan om uw vloer, wanneer u deze vast verlijmd wilt hebben, te laten leggen door een specialist.

Installatie ondervloer

Voordat u uw vloer vast verlijmd kunt leggen, brengt u een houten ondervloer aan op uw ondergrond. Let u erop dat deze ondervloer goed waterpas ligt.

Wanneer u een ondergrond heeft van zandcement, dan gebruikt u plaatjes van spaanplaat van ca. 15 x 30 cm en 8mm of 12 mm dik. Wanneer u een houten ondergrond heeft, gebruikt u grotere spaanplaten van vergelijkbare dikte.

U verdeelt de platen door de kamer. Vervolgens wrijft  u telkens een vlak in met uw lijmkam (B5), waarna u de platen vast schuift in de lijmrillen. Tussen de platen mag gerust een klein naadje zitten. De droogtijd van de lijm staat op de verpakking vermeld.

Na verstrijken van de droogtijd, test u of de spaanplaat vast zitten op de ondergrond.  Vervolgens schuurt u de plaatjes en verwijdert u het stof van de platen. U kunt nu uw houten vloer leggen.

Leggen van uw houten vloer

Leg de eerste rij vloerdelen, met de groef gericht naar de muurzijde. Het stuk dat u van de laatste plank afzaagt om deze passend te maken, gebruikt u weer als eerste plank in de volgende rij. Leg de vloerdelen nooit haaks op de lichtinval, want hiermee accentueert u de kopse kanten. Laat de planken elkaar bij de aansluitnaad aan de kopse kant minstens 40 cm overlappen.

  • Zaag de eerste rij planken op maat, zonder deze te lijmen.
  • Controleer of uw eerste rij goed recht ligt. Dit is bepalend voor de gehele vloer.
  • Nu zet u een baan uit waarin u gaat verlijmen. U brengt elastische lijm aan op de ondergrond met behulp van een lijmkam (B11), die u loodrecht op het spaanplaat houdt voor een ribbelstructuur.
  • Druk de voorgezaagde planken in de lijm en druk ze stevig aan. Wanneer u lijm op uw hout knoeit, dient u dit direct te verwijderen.  Gebruik nooit lijmverwijderaar (thinner) op uw vloer.
  • Zet de rij vast met kleine spijkertjes, die u aanbrengt onder een hoek van 45 graden, zodat deze hechten in de spaanplaat. Gebruik bij voorkeur een nagelschietpistool door de messing heen in de ondervloer. Hierdoor zijn deze uiteindelijk niet meer zichtbaar.
  • Smeer lijm op de groeven en kopse kanten van de vloerplanken voor volgende rijen.
  • Schuif de vloerdelen in elkaar.
  • Met een slagblokje tikt u de vloerdelen strak tegen elkaar aan. Sla niet direct op de mes of de groef, anders kan het zijn dat deze verbindingen beschadigen en daarom niet meer goed functioneren.
  • Gebruikt indien nodig een slagijzer om de vloerdelen strak tegen elkaar aan te duwen, bijvoorbeeld bij de laatste plank in de rij en bij het leggen van de laatste rij.

MOEILIJKE PLEKKEN

Leidingen

Teken leidingen af en zaag het vloerdeel op die plek precies doormidden. Maak het te boren gat 30 mm groter zijn dan de werkelijke afmeting van de buis. Smeer beide delen in met lijm en leg ze om de leidingen heen.

Deurposten

Om zo strak mogelijk onder deurposten door te kunnen werken, zaagt u het onderste deel van de deurpost in. Hiervoor legt u een plank met daaronder de gebruikte ondervloer, langs de deurpost. Zo kunt u op de juiste hoogte aftekenen tot hoe hoog u de deurpost moet inzagen. Nu kunt u de plank onder de deurpost doorleggen.

 

PLINTEN AANBRENGEN

  • De plint komt tegen de muur aan, niet op de vloer. Tussen de houten vloer en de plint moet een millimeter ruimte overblijven. De houten vloer kan dan onder de plint vrij bewegen.
  • Meet de gewenste lengte op en zaag eventueel de plint op maat.
  • Boor elke 30 cm een gaatje van 3 mm in de plint.
  • Verruim de gaatjes met de verzinkboor. Zo vallen de schroeven netjes weg.
  • Houd de plint tegen de muur en teken de schroefgaatjes af.
  • Boor gaten voor pluggen van 6 mm. Let bij de keuze van uw boor op het soort muur.
  • Schroef de plint vast in de pluggen.
  • Bepaalde plinten kunt u ook vastlijmen. Gebruik hiervoor montagekit. Klem de plint tijdens het drogen van de lijm goed tegen de muur.
  • Vul de schroefgaten op met kneedbaar hout.
  • Tussen de plint en muur brengt u eventueel acrylaatkit aan. Strijk dit glad met een vochtige vinger.
  • Desgewenst kunt u de plinten aflakken.

Binnenhoek maken

  • Bevestig de eerste plint op de muur.
  • Zet de aangrenzende plint strak tegen de eerste plint aan.
  • Houd een stukje plinthout tegen plint A aan en neem de contouren daarvan over op plint B.
  • Zaag plint B vervolgens af op die afgetekende lijn.

Buitenhoek maken

  • De gewenste maat van uw eerste plint  is die van de muur plus de dikte van de plint.
  • Zaag de plint op deze maat, onder een hoek van 45 graden naar binnen toe.
  • Bevestig de plint aan de muur.
  • Leg de aangrenzende plint tegen de andere muur aan.
  • Teken op plint B de rand van de muur af.
  • Zaag nu plint B in verstek (naar buiten) op maat.
  • Bevestig de plint aan de muur.